{"id":1290,"date":"2026-04-30T13:29:07","date_gmt":"2026-04-30T12:29:07","guid":{"rendered":"https:\/\/www.anvaluations.com\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/"},"modified":"2026-07-10T12:31:18","modified_gmt":"2026-07-10T11:31:18","slug":"waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/","title":{"rendered":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse belastingzaken"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">by <a href=\"https:\/\/www.linkedin.com\/in\/andrewspike\/\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">Andrew Pike, CFA, ASA, RV<\/a><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dit artikel bevat informatie uit rechterlijke uitspraken over de waardering van minderheidsbelangen en de Nederlandse Belastingdienst. Zaken op andere rechtsgebieden, zoals het civiele recht, of zaken waarbij de Belastingdienst niet betrokken is, kunnen tot andere conclusies leiden. Houd er bovendien rekening mee dat rechters iedere zaak naar eigen inzicht beoordelen en dat de onderstaande samenvattingen niet zonder meer op alle gevallen van toepassing zijn.  <\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Deze samenvattingen bevatten mijn eigen globale vertalingen en conclusies.<\/p>\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Rechtszaak 09\/00340<\/h2>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Deze uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam <a href=\"#_ftn1\" id=\"_ftnref1\">[1]<\/a> betrof een geschil tussen een geanonimiseerde vennootschap (eiser) en de inspecteur van de Belastingdienst (verweerder) over het bedrag dat ter zake van de aandelen tot het loon moest worden gerekend voor de heffing van loonbelasting en premies sociale verzekeringen. Partijen verschilden van mening over de waarde die aan de aandelen moest worden toegekend en in het bijzonder over de vraag welke afslag moest worden toegepast vanwege het feit dat de aandelen gedurende een periode van twee (2) jaar na de toekenningsdatum niet vrij verhandelbaar waren. <a href=\"#_ftn2\" id=\"_ftnref2\">[2]<\/a><br\/>Verweerder bepleitte een afslag van 5% \u2014 2,5% per jaar gedurende twee jaar \u2014 op basis van compromissen die in vergelijkbare situaties waren gesloten. Eiser bepleitte een afslag van 23,2%. Het hof oordeelde dat de afslag op 10% moest worden vastgesteld.   <\/p>\n\n<ul class=\"wp-block-list\">\n<li>De rechtbank aanvaardde de door de Belastingdienst voorgestelde afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid van 2,5% per jaar, gebaseerd op een \u2018praktische bewijsregel\u2019, niet.<\/li>\n\n\n\n<li>De rechtbank was van oordeel dat, voor zover mogelijk, relevante empirische (markt)gegevens uit vergelijkbare situaties moeten worden toegepast en dat de uitkomsten daarvan, voor zover zij betrouwbaar en representatief zijn voor belanghebbende, vanuit bewijsrechtelijk perspectief de voorkeur verdienen boven een vaste afslag van 2,5% per jaar, zoals door de Belastingdienst gehanteerd.<\/li>\n\n\n\n<li>De rechtbank oordeelde dat in een empirisch marktmodel de gezamenlijke motieven van alle potenti\u00eble beleggers bepalend zijn voor de prijsvorming en dat alle motieven van individuele beleggers, waaronder ook subjectieve motieven, mede de omvang van de afslag bepalen.<\/li>\n\n\n\n<li>Het wetenschappelijke artikel van John D. Finnerty introduceert een theoretisch model dat empirisch is getoetst aan afslagen die zich daadwerkelijk voordoen bij onderhandse plaatsingen van aandelen in Amerikaanse ondernemingen. De verhandelbaarheid van deze aandelen is beperkt op grond van SEC Rule 144. De rechtbank oordeelde dat het artikel van Finnerty een empirische onderbouwing biedt voor het bestaan van een afslag wegens beperkte verhandelbaarheid en empirisch onderbouwde uitgangspunten bevat voor een modelmatige benadering van de omvang van die afslag. <\/li>\n\n\n\n<li>De rechtbank aanvaardde het onderzoek en het model van Finnerty, die zijn gebaseerd op studies naar restricted stock onder SEC Rule 144.<\/li>\n<\/ul>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De rechtbank was van oordeel dat, voor zover mogelijk, relevante empirische (markt)gegevens uit vergelijkbare situaties moeten worden toegepast en dat de uitkomsten daarvan, voor zover deze betrouwbaar en representatief zijn voor belanghebbende, vanuit bewijsrechtelijk perspectief de voorkeur verdienen boven een vaste afslag van 2,5% per jaar, zoals gehanteerd door de Belastingdienst.<br\/>Eiser voerde aan dat de door verweerder voorgestane afslag van 5% \u2014 2,5% per jaar \u2014 noch theoretisch, noch empirisch was onderbouwd. Zoals verweerder zelf erkende, betrof dit niet meer dan een \u2018praktische bewijsregel\u2019.  <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cHet Hof is van oordeel dat de (juiste) omvang van de waardedruk in het onderhavige geval uiteindelijk slechts in goede justitie valt te bepalen. Op grond van al hetgeen in onderdeel 4.17.1 tot en met 4.17.8 is overwogen, stelt het Hof de waardedruk op 10%.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cWel is het Hof van oordeel dat, voor zover mogelijk, gebruik dient te worden gemaakt van relevante empirische (markt)gegevens in vergelijkbare situaties, en dat uitkomsten daarvan, voor zover betrouwbaar en representatief voor belanghebbende, bewijstechnisch te prefereren zijn boven een min of meer forfaitaire afwaardering van 2,5% per jaar zoals de Belastingdienst die hanteert.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Op basis van de door eiser aangehaalde literatuur en verstrekte toelichtingen vatte de rechtbank de verklarende factoren samen als \u2018verhandelbaarheidseffecten\u2019: als gevolg van de beperkte verhandelbaarheid kunnen gedurende de blokkeringsperiode kansen om winst te nemen niet worden benut en vervalt de mogelijkheid om verliezen te beperken.<\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cHet Hof vat op grond van de door belanghebbende aangedragen literatuur en de ter zitting en in de stukken door belanghebbende gegeven toelichting de verklarende factoren als volgt samen:<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>&#8211; zogenoemde \u2018marketability effects\u2019: de beperkte verhandelbaarheid leidt ertoe dat gedurende de geblokkeerde periode kansen op winstneming worden gemist en de mogelijkheid van verliesbeperking wegvalt\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Verweerder stelde dat sommige verklarende factoren \u2014 zoals risicoaversie en de persoonlijke financi\u00eble positie van de belegger \u2014 zo subjectief van aard zijn dat daarmee bij de waardebepaling van de aandelen geen rekening zou moeten worden gehouden. De rechtbank oordeelde echter dat in een empirisch marktmodel de gezamenlijke motieven van alle potenti\u00eble beleggers bepalend zijn voor de prijsvorming en dat alle motieven van individuele beleggers, waaronder ook subjectieve motieven, mede de omvang van de afslag bepalen. <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cDe inspecteur heeft gesteld dat (een deel van) de verklarende factoren \u2013 risico-aversie, persoonlijke vermogenspositie van de belegger \u2013 zozeer van subjectieve aard is dat daarmee voor de bepaling van de waarde van de aandelen geen rekening mag worden gehouden.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Het Hof is van oordeel dat in een empirisch marktmodel de geaggregeerde motieven van alle potenti\u00eble beleggers bepalend zijn voor de prijsvorming en dat langs die weg alle motieven van individuele beleggers, ook subjectieve, meebepalend zijn voor de hoogte van de discount.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Eiser bracht een wetenschappelijk artikel van John Finnerty in het geding. De rechtbank stelde vast dat Finnerty in dit artikel een theoretisch model introduceert dat empirisch is getoetst aan afslagen die zich daadwerkelijk voordoen bij onderhandse plaatsingen van aandelen in Amerikaanse ondernemingen. De verhandelbaarheid van deze aandelen is beperkt op grond van SEC Rule 144.<br\/>De rechtbank oordeelde voorts dat het artikel van Finnerty een empirische onderbouwing biedt voor het bestaan van een afslag wegens beperkte verhandelbaarheid en empirisch onderbouwde aanknopingspunten bevat voor een modelmatige benadering van de omvang van die afslag. Voor zijn dataset van onderhandse plaatsingen waarbij de aandelen gedurende een beperkte periode <a href=\"#_ftn3\" type=\"internal\" id=\"#_ftn3\">[3]<\/a> van twee jaar slechts beperkt verhandelbaar waren, hanteert Finnerty een gemiddelde afslag van 21% en een mediaan van 20%, voor zover deze plaatsingen met een afslag plaatsvonden. Deze percentages zijn gebaseerd op het verschil tussen de feitelijke beurskoers op de dag voorafgaand aan de plaatsing en de prijs waartegen de aandelen werden geplaatst. Het betreft derhalve daadwerkelijk gemeten afslagen.    <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cHet artikel van Finnerty introduceert een theoretisch model dat empirisch wordt getoetst aan feitelijk opgetreden discounts bij private placements van aandelen van Amerikaanse ondernemingen, welke aandelen op grond van SEC-Rule 144 beperkt verhandelbaar zijn.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Het Hof is van oordeel dat het artikel van Finnerty empirische grondslag biedt voor het bestaan van een discount uit hoofde van beperkte verhandelbaarheid en empirisch gefundeerde aanknopingspunten geeft voor een modelmatige benadering van de omvang van die discount. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Finnerty komt voor zijn corpus van private placements waarbij de aandelen gedurende twee jaar beperkt verhandelbaar zijn (voor zover deze placements tegen een discount geschiedden) tot een gemiddelde discount van 21% (mediaan 20%) op basis van het verschil tussen de feitelijke koers op de dag v\u00f3\u00f3r de plaatsing en de prijs waartegen de aandelen worden geplaatst. (\u2026) Dit betreft feitelijk gemeten discounts.\u201d <\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Om het effect van beperkte verhandelbaarheid te meten, ontwikkelde Finnerty een model op basis van een Average Price Option (APO-model). De belangrijkste veronderstellingen daarbij zijn dat de koper niet over bijzondere voorkennis beschikt en dat het voor hem op ieder moment gedurende de beperkingsperiode even waarschijnlijk is dat hij de aandelen verkoopt. Bij toepassing van het APO-model op 191 gevallen uit de onderzoeksdataset berekende Finnerty een theoretisch voorspelde gemiddelde afslag van 22,59%, terwijl de feitelijk waargenomen gemiddelde afslag binnen deze dataset 22,89% bedroeg (\u2026). <\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hoewel deze gemiddelden met grote voorzichtigheid moeten worden gehanteerd \u2014 de rechtbank komt hierop hierna terug \u2014 lijkt de algemene samenhang tussen de empirisch vastgestelde afslagen en de door het APO-model voorspelde afslagen erop te wijzen dat het APO-model in beginsel geschikt is om de afslag die per saldo voortvloeit uit beperkte verhandelbaarheid te benaderen, en daarmee ook als methode voor het bepalen van die afslag.<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dit duidt erop dat verweerder de (orde van grootte van de) afslag heeft onderschat door slechts rekening te willen houden met een afslag van 5% \u2014 2,5% per jaar waarin de aandelen beperkt verhandelbaar zijn. In zoverre heeft eiser aan zijn bewijslast voldaan. <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cTer benadering van het marketability effect heeft Finnerty een model ontwikkeld op basis van een Average Price Option, waarbij als belangrijkste veronderstellingen worden gehanteerd dat de koper niet over bijzondere kennis beschikt en dat hij \u2018is equally likely to sell the shares anytime during the restriction period\u2019 (\u2026).<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Bij toepassing van het APO-model op 191 tot het onderzoekscorpus behorende gevallen, berekent hij een theoretisch voorspelde gemiddelde discount van 22,59% terwijl de feitelijke gemiddelde discount in dit corpus 22,89% bedraagt (\u2026).<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Hoewel met deze gemiddelden zeer omzichtig dient te worden omgegaan (het Hof komt hierna daarop terug), lijkt de globale correlatie tussen de empirisch bevonden discounts en de door het APO-model voorspelde discounts, erop te duiden dat het APO-model in beginsel geschikt is voor het benaderen van de waardedruk die (per saldo) voortvloeit uit beperkte verhandelbaarheid, en dus ook voor de benadering van de Discount. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Een en ander duidt erop dat de inspecteur de (orde van grootte van de) Discount onderschat waar hij slechts met een korting van 5% (2,5% per jaar waarin de Aandelen beperkt verhandelbaar zijn) rekening wil houden. In zoverre heeft belanghebbende voldaan aan haar bewijslast.\u201d <\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Bij de verdere kwantificering van de afslag moet de nodige voorzichtigheid worden betracht, omdat het APO-model van Finnerty zijn bewijskracht niet ontleent aan de theoretische uitgangspunten ervan, maar aan de empirische kalibratie. <a href=\"#_ftn4\" type=\"internal\" id=\"#_ftn4\">[4]<\/a> In het artikel van Finnerty is deze empirische kalibratie gebaseerd op daadwerkelijk waargenomen variabelen binnen een door hem onderzochte dataset van onderhandse plaatsingen door Amerikaanse ondernemingen, waarbij aandelen onder SEC Rule 144 werden geplaatst (restricted stock).<br\/>Er moet rekening worden gehouden met de verschillen tussen de aandelen die in het onderzoek van Finnerty zijn betrokken en [de aandelen] (\u2026). Ook de afbakening van de door Finnerty gebruikte dataset moet kritisch worden beoordeeld.   <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cBij de nadere kwantificering van de Discount dient wel de nodige omzichtigheid te worden betracht omdat het APO-model van Finnerty zijn bewijskracht niet aan zijn theoretische uitgangspunten ontleent, maar aan de empirische ijking ervan. In het artikel van Finnerty berust die empirische ijking op feitelijk waargenomen variabelen in een door hem gehanteerd corpus van private placements van Amerikaanse bedrijven waarbij aandelen zijn geplaatst onder de verhandelbaarheid beperkende SEC-Rule 144. Met de verschillen tussen de in het onderzoek van Finnerty betrokken aandelen en [de aandelen] (\u2026) dient rekening te worden gehouden. Ook dient kritisch te worden omgegaan met (de afbakening van) het corpus van Finnerty.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Verweerder merkte hierover het volgende op: Tabel 7 van Finnerty bevat onder meer een overzicht van de marktwaarde van het eigen vermogen en de bruto-opbrengsten van de betreffende onderhandse plaatsingen. Meer dan de helft van de steekproef betreft ondernemingen met een marktwaarde van het eigen vermogen van minder dan \u20ac 100 miljoen. Ter vergelijking: eiser had in 2005 een marktwaarde van circa enkele miljarden euro\u2019s. Van 150 van de 209 ondernemingen bedroeg de omzet minder dan $ 20 miljoen. Ook hier geldt ter vergelijking dat de omzet van eiser in 2005 circa \u20ac 6,6 miljard bedroeg. Al deze ondernemingen zijn derhalve volstrekt onvergelijkbaar met eiser.<br\/>Daarnaast blijkt dat de afslag afneemt naarmate de omvang van de waarde van het eigen vermogen en de opbrengsten toeneemt. Voor zover ten aanzien van eiser al sprake is van een afslag, zal deze daarom aanzienlijk lager moeten zijn dan de door Finnerty gevonden waarden.       <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cTable 7 (Finnerty) bijvoorbeeld, geeft een overzicht van de Market Value of equity en gross proceeds van de betreffende private placements. Meer dan de helft van de steekproef betreft ondernemingen met een Market equity value van minder dan \u20ac 100 mio. Ter vergelijking, [belanghebbende] had in 2005 een marktwaarde van ongeveer enkele miljarden euro. De omzet van 150 van de 209 bedrijven was kleiner dan $ 20 mio.! Ook hier ter vergelijking, de omzet van [belanghebbende] in 2005 bedroeg ongeveer \u20ac 6,6 miljard. Al deze bedrijven zijn volstrekt onvergelijkbaar met [belanghebbende]. Daar komt bij dat bovendien blijkt dat de discount afneemt naarmate de omvang van de equity value en proceeds toeneemt. Zo er sprake is van een discount bij [belanghebbende] dan zal deze significant lager moeten zijn dan de waarden die door Finnerty worden gevonden.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Een van de belangrijkste invoervariabelen in het Finnerty-APO-model is de volatiliteit. De rechtbank onderschreef de kritiek van verweerder op de door eiser gehanteerde volatiliteit en achtte de door verweerder toegepaste gemiddelde volatiliteit passender. <a href=\"#_ftnref5\" type=\"internal\" id=\"#_ftnref5\">[5]<\/a><br\/>Meer in het bijzonder geldt dat, voor zover aan het model van Finnerty ook in de onderhavige zaak bewijskracht toekomt, de daarin gebruikte parameters op verantwoorde wijze moeten worden ingevuld. In dit verband heeft verweerder terecht kritiek geuit op het gebruik door eiser van een volatiliteit van 43,08%. Mede op basis van hetgeen prof. Boot <a href=\"#_ftnref6\" type=\"internal\" id=\"#_ftnref6\">[6]<\/a> heeft verklaard, achtte de rechtbank het in een zaak als de onderhavige realistisch om te rekenen met een gemiddelde volatiliteit van 28,8%, zoals verweerder die had toegepast in de berekening die ten grondslag lag aan zijn meer subsidiaire standpunt.<br\/>De rechtbank zag daarentegen niet in waarom de uitkomst van die berekening vervolgens nogmaals met 50% zou moeten worden verminderd. <a href=\"#_ftnref7\" type=\"internal\" id=\"#_ftnref7\">[7]<\/a> Met zijn theoretische kritiek op het Finnerty-model heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat de afslagen die zich daadwerkelijk bij de prijsvorming voordoen, beperkt zouden blijven tot slechts een deel van de waarde die met het Finnerty-model wordt berekend. Dit model is immers gekalibreerd aan de hand van daadwerkelijk waargenomen afslagen.     <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cIndien en voorzover aan het model van Finnerty ook voor het onderhavige geval bewijskracht toekomt, dienen de daarin gebezigde parameters op verantwoorde wijze te worden ingevuld. In dit verband heeft de inspecteur terecht kritiek geoefend op het hanteren door belanghebbende van een volatiliteit van 43,08%. Mede op grond van wat prof. Boot heeft verklaard (zie hiervoor in 4.16.3) acht het Hof het in een geval als het onderhavige re\u00ebel om te rekenen met een (gemiddelde) volatiliteit van 28,8%, zoals de inspecteur die heeft toegepast in de berekening in het kader van zijn meer subsidiaire standpunt. Anderzijds vermag het Hof niet in te zien waarom de uitkomst van die berekening nog met 50% zou moeten worden verminderd. De inspecteur heeft met zijn theoretische kritiek op het Finnertymodel niet aannemelijk gemaakt dat de feitelijk in de prijsvorming optredende discounts beperkt zouden blijven tot een gedeelte van de waarde die met behulp van het Finnertymodel (dat geijkt is aan feitelijk waargenomen discounts) wordt berekend.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De rechtbank onderschrijft het oordeel van prof. Boot dat er geen theoretisch model bestaat waarmee in een concreet geval de \u2018juiste\u2019 afslag kan worden vastgesteld, en dat het door Finnerty ontwikkelde APO-model het enige momenteel beschikbare model is dat met een redelijke mate van succes is getoetst aan empirische gegevens over restricted stock.<\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cHet Hof verenigt zich met het oordeel van prof. Boot dat geen enkel theoretisch model bestaat dat in ieder gegeven geval leidt tot de \u2018juiste\u2019 waardedruk en dat het door Finnerty ontwikkelde APO-model het enige thans beschikbare model is dat met redelijke mate van succes is getoetst aan empirische gegevens betreffende beperkt verhandelbare aandelen.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De rechtbank oordeelde dat eiser een afslag van 23,2% onvoldoende had onderbouwd en stelde de afslag vast op 10%.<\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cWel is het Hof van oordeel dat belanghebbende met de door haar overgelegde gedingstukken en verklaringen, in onderlinge samenhang beoordeeld, erin is geslaagd aannemelijk te maken dat het waardedrukkende effect van de lock up op de onderhavige aandelen meer bedraagt dan de door de inspecteur reeds in aanmerking genomen waardedruk van 5%, zij het dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de nader vast te stellen precieze omvang van de waardedruk. In dat verband is het Hof van oordeel dat belanghebbende \u2013 met name gelet op hetgeen hiervoor onder 4.17.7 en 4.17.8 is overwogenen \u2013 niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waardedruk in het onderhavige geval op 23,2% zou moeten worden vastgesteld. <\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Het Hof is van oordeel dat de (juiste) omvang van de waardedruk in het onderhavige geval uiteindelijk slechts in goede justitie valt te bepalen. Op grond van al hetgeen in onderdeel 4.17.1 tot en met 4.17.8 is overwogen, stelt het Hof de waardedruk op 10%.\u201d <\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Rechtszaak AWB 08\/582<\/h2>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zaaknummer AWB 08\/582 (uitspraak van de Rechtbank Den Haag) <a href=\"#_ftnref8\" type=\"internal\" id=\"#_ftnref8\">[8]<\/a> betrof een geschil tussen de inspecteur van de Belastingdienst (verweerder) en een directeur van een vennootschap (eiser), die aandelen als beloning had ontvangen. De meerderheidsaandeelhouder en zijn familie bezaten 90% van de aandelen in de groep. Deze aandelen werden verkocht voor NLG 266.577,84 per certificaat. Het belang van 10% van eiser werd verkocht voor NLG 193.416 per certificaat. De minderheidsaandelen werden daarmee verkocht tegen een afslag van 27,4% ten opzichte van de prijs van de meerderheidsaandelen.<br\/>De Belastingdienst stelde dat de winst op de verkoop van de aandelen als arbeidsbeloning moest worden aangemerkt en paste voor de berekening van die winst een afslag van 27,4% toe op de aandelenprijs, hoewel de Belastingdienst op dat moment bekend was met de hogere prijs van de meerderheidsaandelen.    <\/p>\n\n<blockquote class=\"wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow\">\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cUit het onderzoek van de Belastingdienst is naar voren gekomen dat bij verkoop aan [O], [E] een hogere prijs per cerificaat ontvangt dan [eiser]. [E] ontvangt bij verkoop NLG 266.577 per certificaat en [eiser] NLG 193.416.\u201d<\/em><\/p>\n<\/blockquote>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In deze zaak paste de Belastingdienst een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid (DLOM) van 27,4% toe op een minderheidsbelang van 10% in een niet-beursgenoteerde vennootschap.<\/p>\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Gerelateerde artikelen<\/h2>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor een brede bespreking van de waardering van minderheidsbelangen in Nederland verwijzen wij naar ons artikel: \u201cHoe waardeert u een minderheidsbelang in Nederland?\u201d Voor een gedetailleerde bespreking van methoden voor het schatten van de DLOM verwijzen wij naar ons artikel: \u201cMethoden voor het schatten van de DLOM.\u201d Meer informatie over de mogelijkheden van AN Valuations op het gebied van bedrijfswaarderingen vindt u op onze pagina over <a href=\"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/ourservice\/valuation-opinions\/\" target=\"_blank\" rel=\"noreferrer noopener\">bedrijfswaarderingsdiensten<\/a>.  <\/p>\n\n<h2 class=\"wp-block-heading\">Samenvattend<\/h2>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In \u00e9\u00e9n zaak paste de Belastingdienst een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid (DLOM) van 27,4% toe op een minderheidsbelang van 10% in een niet-beursgenoteerde vennootschap. In een andere zaak stelde de Belastingdienst op basis van een \u2018praktische bewijsregel\u2019 een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid van 2,5% per jaar voor. De rechtbank verwierp deze benadering.<br\/>In die zaak oordeelde de rechtbank dat relevante empirische (markt)gegevens uit vergelijkbare situaties moeten worden toegepast, waarbij zij in het bijzonder verwees naar Amerikaanse restricted stock studies. De rechtbank aanvaardde het putoptiemodel van Finnerty als methode voor het bepalen van de DLOM, in samenhang met restricted stock studies onder SEC Rule 144.   <\/p>\n\n<div class=\"schema-faq wp-block-yoast-faq-block\"><div class=\"schema-faq-section\" id=\"faq-question-1777550721831\"><strong class=\"schema-faq-question\">Schrijven Nederlandse rechters in alle gevallen een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid (DLOM) van 10% voor?<\/strong> <p class=\"schema-faq-answer\">Nee. Iedere zaak is anders en rechters zijn niet gebonden aan uitspraken van andere rechters. Eerdere rechterlijke uitspraken kunnen een rechter bij de beoordeling van een actuele zaak wel richting geven, maar een rechter is niet verplicht om een precedent te volgen.  <\/p> <\/div> <div class=\"schema-faq-section\" id=\"faq-question-1777550750844\"><strong class=\"schema-faq-question\">Verbieden Nederlandse rechters de praktische bewijsregel van de Belastingdienst voor een DLOM van 2,5% per jaar?<\/strong> <p class=\"schema-faq-answer\">In zaaknummer 09\/00340 oordeelde de rechtbank tegen de toepassing door de Belastingdienst van een DLOM van 2,5% per jaar. Indien de Belastingdienst de rechtbank bewijs zou voorleggen waaruit blijkt dat deze benadering redelijk is, zou de rechtbank deze mogelijk wel kunnen aanvaarden.<br\/>In de genoemde zaak achtte de rechtbank met name restricted stock studies geloofwaardig empirisch bewijs voor de DLOM en oordeelde zij dat de praktische bewijsregel door dit bewijs niet werd ondersteund. Een rechter is in toekomstige zaken niet aan deze benadering gebonden, maar de eerdere uitspraak kan wel gewicht in de schaal leggen bij de beoordeling.   <\/p> <\/div> <div class=\"schema-faq-section\" id=\"faq-question-1777550774984\"><strong class=\"schema-faq-question\">Is Finnerty het enige optiemodel voor het berekenen van de DLOM?<\/strong> <p class=\"schema-faq-answer\">Hoewel Nederlandse rechters uitdrukkelijk naar Finnerty hebben verwezen, zijn er verschillende andere optiemodellen voorgesteld voor het berekenen van de DLOM. Voorbeelden hiervan zijn de modellen van Chaffe, Shout Put, Longstaff en Ghaidarov. Ook kan voor dit doel een Monte Carlo-simulatie worden ingericht. DLOM is een onderwerp dat voortdurend in ontwikkeling is. Er worden doorlopend nieuwe benaderingen en aandachtspunten ontwikkeld.    <\/p> <\/div> <div class=\"schema-faq-section\" id=\"faq-question-1777550829185\"><strong class=\"schema-faq-question\">Moet de Belastingdienst in alle gevallen dezelfde DLOM toepassen?<\/strong> <p class=\"schema-faq-answer\">De Belastingdienst beschikt over een ruime beoordelingsvrijheid bij de toepassing van waarderingstheorie en waarderingspraktijk. Naarmate de waarderingstheorie en het belastingrecht zich verder ontwikkelen, kan ook de werkwijze van de Belastingdienst veranderen. De Belastingdienst is niet gebonden aan eerdere standpunten of beslissingen.  <\/p> <\/div> <\/div>\n\n<hr class=\"wp-block-separator has-alpha-channel-opacity\"\/>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref1\" id=\"_ftn1\">[1]<\/a> ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1517<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref2\" id=\"_ftn2\">[2]<\/a> Partijen verschilden niet van mening over de toepassing van een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid, maar over de omvang van die afslag. \u201cTussen partijen is niet zozeer in geschil d\u00e1t er sprake is van een waardedruk, maar zij verschillen van mening over de omvang ervan.\u201d <\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref3\" id=\"_ftn1\">[3]<\/a> In het geval waarop dit geschil betrekking had<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref4\" id=\"_ftn1\">[4]<\/a> Eiser voerde hiertegen aan dat Finnerty in zijn onderzoek de theoretische uitgangspunten van Kahl, Liu en Longstaff heeft getoetst en dat de uitkomsten binnen de door hen voorspelde bandbreedtes lagen. \u201chet APO-model geeft een numerieke onderbouwing van het theoretische model van Kahl, Liu en Longstaff. De uitkomst van de berekening blijft binnen de bandbreedte van hetgeen door het theoretische model wordt voorspeld, waarbij rekening is gehouden met de specifieke kenmerken van het aandeel [X]. De uitkomst ligt derhalve in de lijn der verwachting.\u201d <\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref5\" id=\"_ftn1\">[5]<\/a> Dit resulteerde in een lagere afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid.<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref6\" id=\"_ftn2\">[6]<\/a> Deskundige van eiser<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref7\" id=\"_ftn3\">[7]<\/a> Verweerder bepleitte een verdere verlaging van de volatiliteit met 50%.<\/p>\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><a href=\"#_ftnref8\" id=\"_ftn1\">[8]<\/a> ECLI:NL:RBSGR:2010:BL8840<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>by Andrew Pike, CFA, ASA, RV Dit artikel bevat informatie uit rechterlijke uitspraken over de waardering van minderheidsbelangen en de Nederlandse Belastingdienst. Zaken op andere rechtsgebieden, zoals het civiele recht, of zaken waarbij de Belastingdienst niet betrokken is, kunnen tot andere conclusies leiden. Houd er bovendien rekening mee dat rechters iedere zaak naar eigen inzicht &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/\" class=\"more-link\">Continue reading <span class=\"screen-reader-text\">Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse belastingzaken<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":1,"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"inline_featured_image":false,"footnotes":""},"categories":[52],"tags":[],"class_list":["post-1290","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-geen-onderdeel-van-een-categorie"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v27.8 - https:\/\/yoast.com\/product\/yoast-seo-wordpress\/ -->\n<title>Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse rechtszaken - AN Valuations<\/title>\n<meta name=\"description\" content=\"Verdiep u in de complexiteit van de waardering van minderheidsbelangen en de relatie daarvan tot uitspraken in zaken waarbij de Nederlandse Belastingdienst betrokken is.\" \/>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"nl_NL\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse rechtszaken - AN Valuations\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"Verdiep u in de complexiteit van de waardering van minderheidsbelangen en de relatie daarvan tot uitspraken in zaken waarbij de Nederlandse Belastingdienst betrokken is.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"AN Valuations\" \/>\n<meta property=\"article:published_time\" content=\"2026-04-30T12:29:07+00:00\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2026-07-10T11:31:18+00:00\" \/>\n<meta name=\"author\" content=\"admin\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse rechtszaken - AN Valuations","description":"Verdiep u in de complexiteit van de waardering van minderheidsbelangen en de relatie daarvan tot uitspraken in zaken waarbij de Nederlandse Belastingdienst betrokken is.","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/","og_locale":"nl_NL","og_type":"article","og_title":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse rechtszaken - AN Valuations","og_description":"Verdiep u in de complexiteit van de waardering van minderheidsbelangen en de relatie daarvan tot uitspraken in zaken waarbij de Nederlandse Belastingdienst betrokken is.","og_url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/","og_site_name":"AN Valuations","article_published_time":"2026-04-30T12:29:07+00:00","article_modified_time":"2026-07-10T11:31:18+00:00","author":"admin","twitter_card":"summary_large_image","schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"Article","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#article","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/"},"author":{"name":"admin","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#\/schema\/person\/2162bf5f60e7b19e243da3ff629ff966"},"headline":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse belastingzaken","datePublished":"2026-04-30T12:29:07+00:00","dateModified":"2026-07-10T11:31:18+00:00","mainEntityOfPage":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/"},"wordCount":3417,"publisher":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#organization"},"articleSection":["Geen onderdeel van een categorie"],"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":["WebPage","FAQPage"],"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/","url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/","name":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse rechtszaken - AN Valuations","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#website"},"datePublished":"2026-04-30T12:29:07+00:00","dateModified":"2026-07-10T11:31:18+00:00","description":"Verdiep u in de complexiteit van de waardering van minderheidsbelangen en de relatie daarvan tot uitspraken in zaken waarbij de Nederlandse Belastingdienst betrokken is.","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#breadcrumb"},"mainEntity":[{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550721831"},{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550750844"},{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550774984"},{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550829185"}],"inLanguage":"nl-NL","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.anvaluations.com\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"Waardering van minderheidsbelangen in Nederlandse belastingzaken"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#website","url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/","name":"AN Valuations","description":"Specialisten in waarderingen van internationale bedrijven en intellectueel eigendom","publisher":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#organization"},"potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.anvaluations.com\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":"Organization","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#organization","name":"AN Valuations","url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/","logo":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#\/schema\/logo\/image\/","url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/wp-content\/uploads\/2025\/02\/anvaluation-logo.png","contentUrl":"https:\/\/www.anvaluations.com\/wp-content\/uploads\/2025\/02\/anvaluation-logo.png","width":250,"height":250,"caption":"AN Valuations"},"image":{"@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#\/schema\/logo\/image\/"}},{"@type":"Person","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/#\/schema\/person\/2162bf5f60e7b19e243da3ff629ff966","name":"admin","image":{"@type":"ImageObject","inLanguage":"nl-NL","@id":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/4db9b80fa5d0fddb352aa5f7f7b117039831eef3cb633e89c3137b090e87de4c?s=96&d=mm&r=g","url":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/4db9b80fa5d0fddb352aa5f7f7b117039831eef3cb633e89c3137b090e87de4c?s=96&d=mm&r=g","contentUrl":"https:\/\/secure.gravatar.com\/avatar\/4db9b80fa5d0fddb352aa5f7f7b117039831eef3cb633e89c3137b090e87de4c?s=96&d=mm&r=g","caption":"admin"}},{"@type":"Question","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550721831","position":1,"url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550721831","name":"Schrijven Nederlandse rechters in alle gevallen een afslag wegens gebrek aan verhandelbaarheid (DLOM) van 10% voor?","answerCount":1,"acceptedAnswer":{"@type":"Answer","text":"Nee. Iedere zaak is anders en rechters zijn niet gebonden aan uitspraken van andere rechters. Eerdere rechterlijke uitspraken kunnen een rechter bij de beoordeling van een actuele zaak wel richting geven, maar een rechter is niet verplicht om een precedent te volgen.  ","inLanguage":"nl-NL"},"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":"Question","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550750844","position":2,"url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550750844","name":"Verbieden Nederlandse rechters de praktische bewijsregel van de Belastingdienst voor een DLOM van 2,5% per jaar?","answerCount":1,"acceptedAnswer":{"@type":"Answer","text":"In zaaknummer 09\/00340 oordeelde de rechtbank tegen de toepassing door de Belastingdienst van een DLOM van 2,5% per jaar. Indien de Belastingdienst de rechtbank bewijs zou voorleggen waaruit blijkt dat deze benadering redelijk is, zou de rechtbank deze mogelijk wel kunnen aanvaarden.<br\/>In de genoemde zaak achtte de rechtbank met name restricted stock studies geloofwaardig empirisch bewijs voor de DLOM en oordeelde zij dat de praktische bewijsregel door dit bewijs niet werd ondersteund. Een rechter is in toekomstige zaken niet aan deze benadering gebonden, maar de eerdere uitspraak kan wel gewicht in de schaal leggen bij de beoordeling.   ","inLanguage":"nl-NL"},"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":"Question","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550774984","position":3,"url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550774984","name":"Is Finnerty het enige optiemodel voor het berekenen van de DLOM?","answerCount":1,"acceptedAnswer":{"@type":"Answer","text":"Hoewel Nederlandse rechters uitdrukkelijk naar Finnerty hebben verwezen, zijn er verschillende andere optiemodellen voorgesteld voor het berekenen van de DLOM. Voorbeelden hiervan zijn de modellen van Chaffe, Shout Put, Longstaff en Ghaidarov. Ook kan voor dit doel een Monte Carlo-simulatie worden ingericht. DLOM is een onderwerp dat voortdurend in ontwikkeling is. Er worden doorlopend nieuwe benaderingen en aandachtspunten ontwikkeld.    ","inLanguage":"nl-NL"},"inLanguage":"nl-NL"},{"@type":"Question","@id":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550829185","position":4,"url":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/waardering-van-minderheidsbelangen-in-nederlandse-belastingzaken\/#faq-question-1777550829185","name":"Moet de Belastingdienst in alle gevallen dezelfde DLOM toepassen?","answerCount":1,"acceptedAnswer":{"@type":"Answer","text":"De Belastingdienst beschikt over een ruime beoordelingsvrijheid bij de toepassing van waarderingstheorie en waarderingspraktijk. Naarmate de waarderingstheorie en het belastingrecht zich verder ontwikkelen, kan ook de werkwijze van de Belastingdienst veranderen. De Belastingdienst is niet gebonden aan eerdere standpunten of beslissingen.  ","inLanguage":"nl-NL"},"inLanguage":"nl-NL"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1290","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/users\/1"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1290"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1290\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1291,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1290\/revisions\/1291"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1290"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1290"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anvaluations.com\/nl\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1290"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}